Paniek

1

Anders dan op andere dagen springt Menno zijn bed uit. Een spannende dag. Vanavond presenteert hij voor de eerste keer op de televisie het programma waar hij als redacteur werkt. Na toilet bezoek loopt hij naar de buitendeur waar de krant uit de brievenbus steekt. Omvangrijke fraude ontdekt bij grote scholengemeenschap in de Randstad. Hij schrikt van de naam en laat de krant langzaam zakken.

Op de provinciale weg van Amsterdam naar Hilversum is het in de vakantieperiode redelijk rustig. Het bericht uit de krant heeft zich stevig in zijn hoofd genesteld en heeft daarmee het debuut van vanavond geheel verdrongen. Zijn broer zit in de problemen. Op de redactie weet niemand dat hij een halfbroer heeft. Hij haalt wat onhandig een sigaret uit het pakje en steekt hem in de mond. De laatste keer dat ze elkaar hadden gezien was op de begrafenis van hun moeder. Zijn afscheidswoorden bij de kist herinnert Menno zich nog. Zakelijk, als een toespraak voor aandeelhouders. Hij noemde hun moeder een domme vrouw. Rood licht laat Menno stoppen waarna hij naar naar weilanden kijkt zonder iets te zien. Daarna hadden ze elkaar nooit meer gezien. Net als daarvoor trouwens. Hij trommelt met zijn vingers op het stuur.

Op de redactie krijgt hij opmerkingen en grappen over zijn in beeld verschijnen vandaag. Naar de kapper is geweest? Iets tegen de zenuwen geslikt? Gelukkig hebben Richard en ik verschillende achternamen.
De eindredacteur merkt in de vergadering op dat ze niet om de fraude met die duizenden scripties heen kunnen. Menno troost zich met de gedachte dat een directeur zelden of nooit zelf in de studio komt opdraven voor een interview.
‘We houden het klein. Geen reden het onnodig op te blazen.’
Afgesproken wordt dat iemand contact opneemt met het bedrijf en een woordvoerder in de studio uitnodigt. Een korte film met wat historie zal als opmaat aan het interview voorafgaan. Een van de redacteuren monteert de introductie film met behulp van stock materiaal, Menno spreekt de tekst in.

Achter zijn bureau denkt hij: klein houden? Klinkt bijna gecontroleerd kritisch. Zou hij vriendjes hebben in dat bedrijf? Aandelen? Zijn broer kennen? Of misschien wel zichzelf beschermen: we zijn een groot dorp, je komt elkaar al snel ergens tegen.
Menno richt zijn blik op het scherm voor hem maar wat er staat dringt niet tot hem door. Het is ook mogelijk is dat de manier waarop zij deze zaak journalistiek behandelen gezien moet worden als een politieke testcase voor grote misstanden in de toekomst. Opdracht van boven, hoe grote belangen inkapselen? De kijkers moeten de vuile praktijken binnen scholen zo snel mogelijk vergeten, als storm in een glas water zien, vooral niet tillen naar nationaal, laat staan naar een internationaal niveau. Tot iedereen het weer vergeten is.

2

Vandaag ga ik de wereld afmaken. Menno legt zijn pen neer, gaat rechtop zitten en doet zijn armen over elkaar. Niet meer schrijven anders verklapt hij zijn geheim.
Een streep zonlicht loopt dwars over zijn schrift. In het klaslokaal zijn de gordijnen dichtgeschoven maar niet gesloten. Kan dat wel, een opstel schrijven dat bestaat uit zes woorden? Dat heeft nog nooit iemand in de klas gedaan. De meester zei dat je vandaag mag schrijven wat je wilt. Zelfs een titel bedenken…..oei, ik ben een titel vergeten. Hij kijkt om zich heen, sommigen hebben hun pen in de hand of in de mond, de meesten schrijven.
Zijn blik zoekt de meester die richting bij de deur loopt. Een titel …… boven deze zin? Daar is geen ruimte voor, dat ziet er slordig uit. Hij hoort de meester af en toe iets fluisteren.
De pen steekt hij half in de mond en doet net of hij nadenkt. Achter hem klinkt het geluid van krakende schoenen. Hij buigt voorover, bijt op de pen. Gelukkig, het is weer stil. Plotseling verschijnt het hoofd van de meester vlak naast hem.
‘Vandaag de wereld… afmaken? Wat een lange titel Menno.’
‘Mmnn….’
Ik hou mijn mond anders komen er meer vragen. Nu niets verklappen. Wachten tot het hoofd van de meester verdwijnt. De pen trekt hij uit de mond en drukt de lippen stijf op elkaar.
‘Klinkt wel spannend.’
Hij popelt om over het geheim iets te zeggen. Over de grote moeilijke puzzel die thuis op zijn kamer bijna af is. Hoe lang hij daaraan gewerkt heeft! De meester loopt verder. Opgelucht draait hij zijn hoofd naar het raam, de gordijnen bewegen licht.

Om twaalf uur, na het uitgaan rent Menno naar huis. De zon schijnt iets minder en het is een beetje benauwd. Een paar keer houdt hij in om op adem te komen en veegt het zweet van zijn gezicht, de laatste keer op de top van een steil oplopende brug. Zijn hemd plakt aan het lichaam. Kort snuift hij onder zijn oksel en kijkt naar de kleur van het water in de gracht.
Hij holt de brug af. Zijn handen trillen wanneer hij de huissleutel uit de zak haalt. In de gang staat de deur van de huiskamer op een kier.
‘Ik ben nog even op mijn kamer, kom straks eten!’
Dat is nooit een probleem voor mamma. Boterhammen met een glas melk kunnen best even wachten.
Boven in de badkamer schopt hij de schoenen uit, pakt een handdoek van een stapel en wrijft zich vluchtig af. De kast in zijn kamer opent hij snel en haalt een grote doos tevoorschijn waarop omgekeerd een deksel ligt: de wereld in puzzelstukken is bijna af. De oceaan met al dat blauw was het moeilijkst. Mamma zal opkijken! 

In de verte klinkt gerommel in de lucht. Door het openstaande raam naar de tuin klinkt het gekraak van takken en geruis van bladeren. Wat gek, heb ik wel genoeg stukken om het gat dicht te maken?
‘Menno, wil je beneden komen, het eten staat op tafel?!’, klinkt de stem van zijn moeder in de verte.
Ze moet even geduld hebben. Ze is natuurlijk allang vergeten dat hij die puzzel heeft gekregen voor zijn verjaardag.
Opnieuw klinkt zijn naam en hij schrikt …dat is de stem van Richard! Hij haalt een keer diep adem. Dat kan niet, die studeert vandaag, die is niet thuis. Opeens ziet hij in een aansluiting.
‘Bijna!!!’, brult hij enthousiast.
Zijn lichaam maakt schokkende bewegingen. Hij draait en schuift een van de laatste stukken in de opening. Op dat moment verschijnen twee handen langs zijn lichaam en tillen hem omhoog.
‘Nee, nee, niet doen, ik kom, ik kom …!’
Alles draait om hem heen. Zijn voeten slepen over de grond naar het trapgat. Wild schopt hij naar alle kanten tegen muur en trapleuning. Hij weet wat gaat gebeuren.

3

Achter zijn scherm lukt het Menno maar niet zich te concentreren. Telkens komen herinneringen uit zijn jeugd naar boven, voortdurend met Richard. Als plaatsvervangende vader, die zich als sadistische autoriteit gedroeg. Hij slaakt een grote zucht…. waar maak ik me nu zo druk over? Hij dwingt zichzelf naar het scherm te kijken maar dwaalt opnieuw af. Als redacteur is het misschien interessant uit te zoeken of de eindredacteur connecties heeft met dat bedrijf gezien zijn voorzichtige aanpak.
Onrustig draait hij op zijn stoel en kijkt terloops naar collega’s achter hun beeldschermen. De meesten zijn getrouwd, hebben kinderen, een huis met een flinke hypotheek. Ze stemmen tegenwoordig soepel in met bijna alles wat de eindredacteur wil of naar voren schuift terwijl dat gedrag niet past bij een journalist. Vanaf vandaag, als presentator krijg ik meer macht. Hij glimlacht.

De regisseur loopt het vertrek binnen en gaat direct op Menno af.
‘Al nerveus jongen?’
‘Ik sterf van de zenuwen!’
Menno glimlacht en doet zijn best kalm te luisteren naar een technisch verhaal over automatische camera’s in de studio en hoe dat verschilt met vroeger. Geen menselijke bediening, geen mens aanwezigheid meer in de studio.
‘Ja ja, mij bekend. Betekent dat nog iets ….. speciaals voor mij straks?’
‘Voor jou? Wennen aan je eenzaamheid.’
‘Oh, fantastisch! Intiem met een gast!’
Samen lachen ze hartelijk.

4

De taxi vanaf het vliegveld van Melbourne rijdt door een droog gebied met uitsluitend eucalyptusbomen en stopt niet veel later aan de rand van de city voor een groen talud. Menno zal de kerstdagen bij nicht Jane doorbrengen. Eindelijk hoopt hij van haar informatie te krijgen over zijn vader.
In een donkergrijze muur is zowel de hor- als huisdeur dicht maar niet op slot. Hij roept een paar keer de naam van zijn nicht en wandelt intussen rustig een gang door. Een half overdekt zwembad duikt plotseling op. Aan de overkant klimt een slanke vrouw het water uit. Ze wuift licht, droogt zich vluchtig af terwijl ze naar hem toeloopt.
‘Welkom Menno! Neef ……uit de oude wereld!’
Ze omhelzen elkaar terwijl zij de handdoek wat onhandig tussen hen ophoudt.
‘Jane, jij bent het ….echt …ja nog precies … als op de foto…!’
‘Sure! Wil je soms ook?’
Uitnodigend wijst ze naar het licht golvende water, hemelsblauw door de kleur van de tegels. Direct schudt hij het hoofd.
‘Het is niet echt diep dus…. als je maar niet duikt!’
‘Nee, nee! Misschien zitten er haaien in.’
Ze lacht uitbundig, vertelt dat haar man dit bad heeft ontworpen als onderdeel van de bungalow.
‘Morgen maak je kennis met hem. Je lijkt een beetje op Richard, weet je dat?’
‘Nee. Ik weet niet of ik dat wel wil.’

Met een fles bier in de hand kijkt hij vanaf het besloten terras de tuin in en bewondert de prachtig gesnoeide struiken en kleurrijke bloemperken. Dunne wolken met lange strepen kondigen de zonsondergang aan. Het is warm en windstil. Vanuit de kamer klinken geluiden. Jane dekt de tafel, zet daarop diverse schalen rond kandelaars waarin lange witte kaarsen prijken.
‘Prachtig Jane! Een locale rijsttafel op kerstdag?! Wat een ontvangst.’
Hij blijft in de deuropening staan. Jane glimlacht dankbaar.

Niet veel later zitten ze schuin tegenover elkaar aan de ronde tafel, beide met uitzicht op de tuin. Jane draait een vinger over de rand van haar wijnglas, op zoek naar een toon.
‘Dat deden we vroeger altijd op kerstmis en oudjaar.’
‘Ja, grappig, wij ook.’
Ze proosten. Zij op zijn komst, hij op haar ontvangst.
Jane begint over de mis gisteren, op kerstavond.
‘Een tjokvolle kerk. De preek is elk jaar ongeveer hetzelfde moet ik eerlijk zeggen.’
‘Kun je hem samenvatten?’
‘Liefde. Alleen liefde kan mensen tot elkaar brengen.’
Menno glimlacht.
‘Als diep gelovig mens breng jij die liefde als zodanig dagelijks in de praktijk!?
Ze haalt licht de schouders op en zoekt lucifers. Dan:
‘Jij hebt het geluk broederliefde te kennen. Hoe verwerk jij die liefde in je werk, je leven zeg maar.’
Het klinkt als een overval. Hij had zich voorgenomen de conversatie tijdens hun diner licht te houden. En nu begint Jane…..Hij kiest voor zijn mond houden.
Wanneer de kaarsen branden beweegt Jane opnieuw een vinger over de rand van haar glas.
‘Nou…..?’
‘Jane, je bent een geweldige gastvrouw. Zo feestelijk het kerstdiner! Waarmee wil je dat ik begin?’
Bij elke schaal geeft Jane een korte uitleg.
‘Vertel eens: hoe gaat het met Richard?’

5

Te vroeg arriveert Menno bij de edit suite waar de collega het filmpje monteert. De telefoon rinkelt, de hoorn krijgt hij aangereikt.
‘Aan de balie staat een man die naar Menno vraagt’, zegt de telefoniste.
‘Hoe …… alleen een voornaam…. Chris…..?’
De naam zegt hem niets.
‘Jaja, ik kom direct!’
Chris……de naam van de boezemvriend van Richard. Snel loopt hij naar de hal. Op afstand herkent hij vaag de Chris van vroeger. Op zijn voorstel lopen ze naar buiten. Zijn auto lijkt een veilige plek.
Binnen is het snikheet. Hij start de motor en zet de airco aan.
‘Je zult verbaasd zijn, na zo’n lange tijd. Zo onverwacht.’
‘Nogal ja.’
Hoe deze onverwachte verschijning te plaatsen?
‘Fijn dat je tijd hebt. Vlak voor een uitzending is het natuurlijk druk bij jullie. Ik las dat jij de nieuwe presentator gaat worden van de nieuwsshow.’
Menno knikt en glimlacht geforceerd.
‘Aan jou, presentator van vanavond wil ik iets vragen.’
‘Ga je gang.’

Chris wijdt uit over Richard’s leven. Over een moeilijke periode van zijn oude vriend. Gedwongen probeert Menno te luisteren naar een verhaal dat hem totaal niet interesseert.
‘Je vraag …..?’
‘Wil je vanavond daarmee rekening houden?!’
Menno schrikt. Chris vervolgt kalm:
‘Het zal zijn zorgvuldig opgebouwde leven verwoesten wanneer hij niet goed uit dat interview komt over de problemen met die scholengemeenschap.’
Menno draait het hoofd weg. Waar heeft die man het over? Hoe komt hij erbij dat grote broer vanavond in de studio zit? Hoe weet hij dat ik vanavond……….
Dan klopt zijn hart steeds sneller. Richard heeft gelezen…. Als het voor hem zeker is dat ik hem vanavond interview… en die zekerheid gaat Chris hem geven!
‘Onzin van mij Menno om jou op te zoeken. Als oudere broer is hij jou altijd de baas. Ook al heeft hij een fout gemaakt, hij is en blijft de sterkere van jullie twee. Straks de winnaar. Wees verstandig jongen, denk aan je toekomst.’
Het portier slaat dicht.
Menno blijft verbijsterd achter. Een slim opgezette val…..met als cadeau een portie intimidatie! Hij slaat met beide vuisten een paar keer op het stuur. Dan, ineens zit hij onbeweeglijk en staart voor zich uit. Wat betekent dit voor vanavond? Het stuur grijpt hij stevig vast.
‘Uitgerekend vanavond!! Nee……. ‘

6

‘Nee, niet doen, ik kom…. ik kom heus wel!
Losrukken lukt hem niet.
‘Help!!!!!….. !!nee!…….NEE!’
Zijn geschreeuw en gespartel hebben totaal geen effect. Menno hoort een krachtige straal water in de gootsteen spuiten.
‘Niet weer, nee, neeeeee!!!!’
Het volgende moment voelt hij het water in zijn gezicht…in zijn oor spuiten. Hij rukt en trekt maar komt niet onder de straal uit; telkens wordt zijn hoofd verder naar beneden gedrukt. Water vult de neusgaten. Zijn schreeuwen smoort. Hij hapt naar lucht, gilt, krijst.
‘Ik stik!……..nee!!….ik stik……ik….!!!!!
Beide ogen knijpt hij stijf dicht.

Hijgend als een gek staat hij even later tegen het aanrecht.
Langzaam komt hij op adem.
Mamma was erbij, dat weet ik zeker. Niks heeft ze gedaan. Ze vond het goed. Ze willen mij verdrinken.

7

De deur van de auto slaat hij dicht en loopt overdreven langzaam terug naar de edit suite. Zijn lichaam voelt stijf. In zijn hoofd gebeurt van alles. Wat nu? Zich ziek melden? Richard straks vrij zijn gang laten gaan? Kan hij iets bedenken? De tijd is kort.
De film is gemonteerd. Voor het inspreken van de tekst stapt Menno de spreekcel in. Op de monitor voor hem verschijnen beelden van verschillende scholen die betrokken zijn bij de fraude. Gespannen wacht hij op de startcue. Ik moet iets bedenken gonst het aanhoudend in zijn hoofd. Ben ik bang? Ja. Om vanavond door Richard ingepakt te worden. Met grote inspanning leest hij de aangereikte tekst zo beheerst mogelijk voor. Ik moet iets verzinnen, ik moet boven elk patroon van vroeger uitstijgen. Hij vermoed dat een afleiding goed zou werken, iets waarop hij zich sterk moet concentreren. Maar wat?
Door de ruit van de suite ziet Menno het teken van de technicus dat het werk erop zit. Deze editor schakelt vanavond ook hun uitzending in de studio. Menno herinnert zich het gesprek met de regisseur die ochtend. Hij wacht tot zijn collega vertrokken is en drukt de interknop in.
‘Het is toch zo dat niemand, maar dan ook echt niemand ziet wat er tijdens het interview vanavond op de tafel gebeurt?’
De editor kijkt hem verbaasd aan.
‘Hoezo?, zegt hij grinnikend, ‘ heb je nu al de zenuwen voor vanavond?’
In de suite vraagt Menno:
‘Laat ik het anders zeggen. Gewoon, zeg maar een minuut… alleen maar close ups op de monitors in de regiekamer.’
‘Dat is ongebruikelijk. Afspraak is dat ik close ups schakel voor belangrijke vragen en antwoorden. Een totaalshot stand by als overzicht en voor de zekerheid.’
‘Ja natuurlijk. Sorry nee, mijn vraag is …… natuurlijk.’
‘Vooraf kunnen we wel iets afspreken. Het beste is dat kort te sluiten met de eindredacteur.’
‘Ja ja.’
Wanneer Menno weer terug is op de redactie loopt hij langs het bureau van de eindredacteur en vraagt of inmiddels bekend is wie van het bedrijf naar de studio komt.
‘Oh, verrassend! Mogelijk de directeur zelf!’
‘Zo’, reageert Menno, ‘is die nog niet gearresteerd?’
Verbaasde ogen kijken hem aan.
‘Grapje. Het filmitem is af.’
Het idee dat hij kreeg voor een actie in de studio geeft hem energie. Nu heeft hij een geschikte foto nodig.

8

In de flat van zijn moeder zit hij aan tafel en kijkt naar een familiefoto waarop zij met man en kleine Richard staat. Na het overlijden van deze glimlachende man kwam zijn vader in beeld.
Menno bladert in een krant, hij leest niets.
‘Ik doe mee aan een bijzonder project.’
‘Oh.’
Zijn moeder gaat in haar comfortabele stoel zitten.
‘Een vroegere toneelleraar heeft subsidie gekregen om een environment in een oude leegstaande melkfabriek op te zetten. Hij heeft mij als student gevraagd mee te doen. Leuk he?’
Zonder dat ze elkaar aankijken vervolgt hij:
‘Met voorstellingen en films. Hij is leider van een toneelgroep. De dood is het onderwerp. Dagelijks wordt een verse dodenkrant uitgebracht waarin bezoekers kunnen schrijven. Ervaringen, gedachten, noem maar op. Twee plekken richt ik in, een crematorium en een lijkenboetiek.’
Ze fronst haar wenkbrauwen.
‘Kom een keer kijken.’

Een uur voor de afgesproken tijd zit hij met Het Tibetaanse boek van leven en sterven voor de ingang naast een geparkeerde lijkkoets. Wat hij leest dringt niet echt tot hem door. De dood interesseert hem eigenlijk niet.
Op de brug ziet hij zijn moeder verschijnen. Hardop leest ze de tekst boven de ingang:
Het leven is de buitenkant van de dood.
‘Nu ga ik dus de binnenkant in’, zegt ze geforceerd vrolijk, ‘zonder bloemen.’
Samen passeren ze de lijkkoets.

Ze wandelen de ruimte in die ooit de kleedkamer was voor het personeel van de fabriek. De rijen lockers staan nog op hun oude plaats, met kastjes vol deuken en roest.
‘Is dit de garderobe?’
‘Nou nee, dit is de zelfmoordruimte.’
Ze schrikt. Om een deur open te doen drukt hij zich tegen haar aan. Ze doet direct een stap opzij.
‘Dat is de locomotief van Richard!’
‘Nee, nee. Die is van mij. Van vroeger. weet je dat niet meer?’
Een volgende deur trekt Menno open die piept en knarst. Na een uitnodigend gebaar kijkt ze voorzichtig naar binnen. De hele achterwand is bedekt met een grote foto van de zee. Nu, denkt hij.
‘Herinner je je nog die keer in de keuken? Het water spoot de spoelbak in en..’
‘Nee!’
Ze draait weg van de kastenwand en kijkt naar de plek waar bezoekers iets kunnen schrijven voor de dagelijks verse van de Dodenkrant.

Samen lopen ze richting uitgang. Jammer dat ze geen belangstelling heeft voor het crematorium denkt Menno. Bij de lijkkoets zien ze dat het buiten is gaan regenen. Hij maakt een uitnodigend gebaar op de bok.
Boven trekt ze haar rok naar zich toe en schuift iets opzij.
Hij ziet de foto op de muur weer voor zich met Richard op de arm. Hij schraapt zijn keel.
‘Wat ik je al lang….….’
Zijn stem wordt schor en zijn keel lijkt dicht te zitten. Uit een ooghoek ziet hij dat ze grabbelt in haar tas. Na een paar keer slikken en een diepe zucht, klinkt het zacht:
‘Ik wil ..vragen …. was je blij dat ik geboren werd?’
Een lange stilte volgt. Beide kijken recht vooruit.
‘Is het daarom ……. dat je me nooit …….. ?’
Iets blokkeert, smoort het geluid in zijn keel.
In stilte staren ze naar buiten, naar een gordijn van regen.

9

Het gaspedaal trapt Menno flink in op weg naar huis. Hij mag zeker vandaag niet ontbreken bij het diner van vanavond. In de huiskamer haalt hij uit de kast een doos met familie foto’s en stort die uit over de tafel. Hij schuift, graait, draait en ziet plotseling de grote pasfoto van Richard die ook te zien was in het toilet van Jane.

Alle wanden zijn behangen met ansichtkaarten, bidprentjes, cartoons, familiefoto’s en weiwater bakjes in allerlei vormen en maten. Een speurtocht naar een foto van zijn vader levert niets op.
Hij ziet wel een foto van Richard en ook een foto naast de spiegel waar Jane met zijn broer danst op een schoolfeest, als een verliefd stelletje. Die twee hadden een stevige verhouding toen.
In de huiskamer van de bungalow floepen lampjes in de kerstboom aan. Hij kijkt naar een groot schilderij dat een laatste streep daglicht opvangt. Een opgeblazen vrouwenpop, een Nana in gescheurd ondergoed met de benen wijd ligt half uitgestrekt op een sofa. Ze leunt met een arm tegen een tafeltje. Ready to go is de titel. Menno glimlacht. Grote schaamlippen nodigen uit tot een bezoek. Hij draait een halve slag en kijkt naar een ander schilderij, precies even groot dat hem eerder was opgevallen. Met minder licht krijgt het iets spannends. Het stelt een point of view voor vanuit Nana’s vagina: kleine Nana-tjes buitelen in het rond, in een mallotig absurde kermis: Looking for love.
‘Je moet vooral ons zwembad niet vergeten.’
Menno draait zich om en schuift aan op Jane’s uitnodigend gebaar.
‘Kijk Jane, zodra water in mijn neus komt raak ik in paniek. Ik denk vanzelf geen adem meer te kunnen halen.’
‘Je gaat niet zeggen dat je nooit zwemt?’
‘Jouw lieve vriendje van vroeger was zo vriendelijk mijn hoofd onder de kraan te drukken wanneer ik lastig was…… lastig in zijn ogen of in die van onze moeder. ’
Ze kijkt hem met grote ogen aan. Nodigt hem uit iets te eten.
‘De waterstraal spoot mijn neus in … mijn oren, ik dacht dat ik stikte.’
Haar ogen worden nog groter.
‘Je herinnert je dat misschien nog wel. Proost.’
De blik van Jane beweegt onrustig over tafel. Ze schenkt wijn bij.
‘Wat je ….. Menno, ik ….nee..’, ze schudt het hoofd, ‘..dat verzin je. Richard zou dat nooit doen. Weet ik zeker. Dat .… komt ergens anders vandaan … heb je gedroomd of …. misschien een excuus omdat je niet kunt zwemmen?’
Opnieuw draait ze met haar vinger over de rand van het glas, dit keer sneller en een geluid blijft uit.

10

‘Ja! Deze foto ga ik vanavond gebruiken.’
De foto met beeldvullend het gezicht van zijn broer houdt hij omhoog. Natuurlijk ontkende Jane dat ze samen iets hadden. En ….ach, wat maakt het eigenlijk uit. Achteraf had hij op die kerstavond inplaats van eindeloos leuteren over zichzelf en dronken worden beter belangrijke vragen aan haar kunnen stellen.

Menno zit in een fauteuil en drinkt whiskey. Plotseling verschijnt Jane in de opening van de deur. Met de frisheid van eerder die avond loopt ze als een ouvreuse in de pauze van een film. Wanneer ze een houten plankje vol kaasblokjes voor hem houdt bewegen zijn ogen als vanzelf naar de spleet tussen haar borsten. Een kleine groene steen hangt aan een zilveren ketting.
‘Prachtig he? Je weet dat niet vermoed ik, maar deze edelsteen gaf Richard me cadeau bij ons vertrek.’
Hij kijkt weg naar een Nanna op het schilderij. In zijn fantasie rukt hij de halsband van Jane’s nek en slingert die de tuin in. Het irriteert hem dat in de kerstboom teveel ballen hangen. En de piek op de top staat scheef.
‘Het is me opgevallen dat jullie kunstminnaars zijn’, zegt hij beheerst.
‘Die twee schilderijen kochten we lang geleden op een tentoonstelling. Prachtig die barende vrouw die zichzelf op het andere doek ter wereld brengt? In veelvoud zelfs. Ze horen echt bij elkaar vind je niet?’
‘Binnen blijven‘, mijn titel.’
Na een korte stilte schieten beide in de lach. Hij krijgt zin de handen om haar nek te leggen en alles wat zij weet over zijn vader uit haar te knijpen. Zij bevrijdt zich natuurlijk waarna ze samen al worstelend tegen de kerstboom vallen. Zij scheurt haar jurk. Boom valt om, plof…. op prikkende stekels ……
‘Volgens mij Menno draait alles bij jou om een spanningsveld van verbondenheid. Kort gezegd: je hebt een verbroken verbinding met jezelf. Dat is heftig. Gezien jouw jeugd zonder vader en met een moeder die…..’
Hij grijpt met enige moeite naar zijn glas.
‘…laat me het uitleggen. Verbroken betekent dat je gevoel is afgesloten van binnen uit. Dat merk je zelf niet op. Het komt door de ontstane verharding zie je. Je leeft als het ware voortdurend vanuit de wil van iemand anders. Jij moet oude kettingen loslaten en verbindingen opnieuw opstarten want ……’
Het duizelt hem. Aantekeningen maken? Verbonden, verbroken verbindingen, opnieuw verbinden, ketting…..…opstarten?
‘Transformeren is het beste woord.’
Ze vindt zich een autoriteit in oncontroleerbare zaken. Maar de wil van een ander ………..dat klinkt vertrouwd. Praat ik soms nu vanuit haar wil: je moet dit…. oh ja? …moet ik dat? Hij ziet haar onderzoekende blik. Als ik nu iets verkeerds over Richard zeg, gaat ze mij ketenen. Onder haar jurk bungelen als kerstklokjes, de handboeien. Hij staart naar de scheve piek. Waarom kreeg hij die niet recht?Telkens de punt scheef in een andere richting. Volkomen onverwacht voelt hij handen rond zijn nek. Duimen drukken flink in de huid gevolgd door knijpen en kneden.
‘Ik zal proberen wat stijve spieren bij je los te maken.’
Ze dropt de ketting op de salontafel. Zijn blik blijft onafgebroken gericht op het snoer met de steen.
‘Praat je soms makkelijker wanneer ik hem weer om hang?’
Een krankzinnige vraag! Die ketting wil hij onder luid geschreeuw naar buiten slingeren en de eerste de beste automobilist moet over halsband en steen heenrijden. Gruis maken! Rustig. Vrede en welbehagen. Hij onttrekt zich aan de massage en schuift de bak met ijs voor de whiskey zodanig dat het afscheidscadeau voor Jane daarachter verdwijnt. Beeldvullend verschijnt de jurk van Jane voor hem.
‘Heb je in je leven wel eens stilgestaan bij wat Richard als oudere broer voor jou gedaan heeft? Met welke zware verantwoordelijkheid tante hem als plaatsvervangend vader heeft belast? Je wentelt je in een slachtofferschap.’
Stijf drukt hij de lippen op elkaar. Dit is een hele scherpe aanval. Ze vervolgt:
‘Denk aan wat ik eerder zei over herstellen van een verstoorde verbinding’, klinkt het zachter, op vriendelijke toon.
Voor Menno beweegt de kamer lichtjes terwijl Jane rustig doorpraat.
‘Ga op zoek naar je gevoel ……. dat mis je….tante heeft jou…..je lijkt wel een lege huls!’
De twee laatste woorden pingpongen in zijn hoofd. Bij een poging het glas op te pakken kletteren ketting met steen op de plavuizen vloer.
‘Lege …. huls……?’, fluistert hij.
In een keer leegt Menno zijn glas. Straks zegt ze dat hij dat watertrauma zelf heeft gekozen voor zijn geboorte in een vorig leven. Dat het zijn schuld is dat hij geboren werd uit die vrouw die sprekend lijkt op Nana…!
De Nana’s verschijnen nu overal in de kamer. Hij wil erin knijpen. Piepen moeten ze, piepen van pijn. En …..Jane op een stoel, vastgebonden met slingers en kerstlinten. En…luisteren. Met twee schilderijen door haar hoofd, haar polsen vast met de ketting, een brandende kaars uit de mond, kerstballen aan de oren, piek in het haar. In die uitdossing van verbonden missionaris met verbindende liefde kan ze als katholieke verschijning zich verbonden voelen met alles en iedereen!
Hij staat op, wil de ketting over haar hoofd hangen maar inplaats daarvan pakt hij haar beet en drukt het lichaam zo stevig als het kan tegen het zijne.
Hij hapt in het vlees van haar hals, zonder te bijten. Ze slaakt een kreet waarna hij de plek driftig likt en zoent. Dan stoot hij haar in een keer van zich af. Ze wankelt, valt op een stoel.
‘Ik wil niet dat ik je pijn heb gedaan Jane…maar …… lege huls. ….nee, blijf zitten!’
Met moeite loopt hij de kamer uit, richting zwembad en hoort nog net Jane zijn naam roepen. Hij mompelt dat hij de lege huls gaat vullen.
Bij de rand van het bad hapt hij naar lucht en knijpt de neus dicht. Daarna sluit hij de ogen. Vlak voordat hij een voet naar voren steekt voelt hij armen om zijn middel.
‘Ik snap het, ik voel het’, klinkt het zacht in zijn oor.

11

Een half uur voor de uitzending loopt Menno in de gang van het omroepcomplex richting kantine. Hij voelt zich stevig in zijn schoenen staan. Die oude hobby komt goed van pas. De truc voor vanavond heeft hij in de kleedkamer voor de spiegel stevig kunnen repeteren.
Aan een tafeltje, achter een kop koffie zit Richard. Ze kijken elkaar op afstand een kort moment aan waarna de bekende grijns op het gezicht van zijn broer verschijnt. Met een draaiboek in de hand loopt hij losjes naar hem toe.
‘Grappig dat Chris vanmiddag langskwam.’
‘Oh. Hee. Hij is dus toch…… grappig ja.’
Menno buigt zich voorover en fluistert:
‘We zien elkaar vanavond voor het eerst. O.k.?’
‘Oh. Ja. Verstandig, ja ja.’
Bij de make-up neemt hij in gedachten de afspraak met de editor nog een keer door. De man deed niet moeilijk over het omzeilen van de eindredacteur. In de spiegel ziet hij de regisseur kordaat de kamer inlopen en op hem wijzen.
‘Jullie dragen allebei een licht colbert. Trek jij iets donkers aan Menno anders contrasteer je in beeld niet voldoende met je gast. Verder wens ik je succes bij je eerste optreden.’
In de kleedkamer trekt hij het reserve colbert aan zoals de producer hem was verzocht mee te nemen. Hij denkt aan de truc die hij in zijn tienertijd in de tuin uitvoerde om Richard de baas te kunnen zijn.

Zondagochtend. Met zijn voeten op de tafel zit zijn broer te studeren. Het is mooi weer. Niemand thuis. Zorgvuldig heeft hij een eenvoudige goochelact ingestudeerd die niet fout kan gaan. Tenminste dat had de verkoper gezegd. Hij noemde de truc een magisch wonder.
‘Wat zoek je?’, vroeg die vreemde kerel.
Zijn stem was zacht, hij lachte geheimzinnig. Het doel, het gek maken van zijn broer had hij deze duistere figuur niet verteld, dat ging niemand wat aan. Als broekie op deze manier wraak nemen wie snapt dat?
Indrukwekkend waren die vitrines met bekers, ballen, touw, munten, ringen. Tekeningen met strepen en kreten, uitpuilende ogen. Een vinger in een guillotine, veel bloed spatte in het rond. Helaas ernaast was de vinger weer heel. Allemaal niet wat hij zocht. Uiteindelijk werd het een simpele truc met kaarten, enveloppen en een blinddoek. Het was verstandig geweest geen vriend erbij te vragen. Richard zou direct denken aan een afspraak of een samenzwering.
Over de vier verschillend gekleurde kaarten loopt een streep zonlicht. Hij schraapt zijn keel voor de show. Richard kijkt verbaasd naar de uitstalling.
‘Ik doe een goocheltruc ……. speciaal voor jou. Het duurt niet lang.’
Zijn stem klinkt een schor en onnatuurlijk hoog.
‘Een goocheltruc? Goochel jij? O ja, jij goochelt tegenwoordig.’
Direct is hij van slag, in lichte paniek. Hoezo weet hij over zijn goochelen? Hij zal toch niet op mijn kamer zijn geweest? Alle spullen onderzocht? Met nee, nee, onzin maant hij zich tot kalmte. De reden was natuurlijk dat nooit iemand mag denken dat hij iets niet zou weten! En als slaafje van hem al helemaal niet.
‘Als het inderdaad niet lang duurt, o.k. dan.’
Met de blinddoek om draait Richard hem op zijn verzoek een paar keer rond en trekt de doek nog strakker aan. Menno wil het uitschreeuwen van pijn maar houdt de kaken stijf op elkaar.
‘Doe je hemd uit dan kan ik zien of je iets aan de armen of op het lichaam verbergt.’
‘Zal ik mijn broek ook uittrekken?’
‘Nee, dat is niet nodig, ik kom er zo wel achter’, klinkt het krachtig en zelfverzekerd.
Op het moment dat het tijd is de kleur van de gekozen kaart te noemen trillen Menno’s benen onnatuurlijk hevig.
‘Geel!’
In een keer rukt hij de blinddoek van het hoofd en ziet de gele kaart uit de envelop komen. In een flits vangt hij een glimp van het stomverbaasde gezicht van zijn broer op. Het lijkt op een van de tekeningen in de studio.
Na een lange stilte volt het commando:
‘Nog een keer!’
Hij denkt razendsnel na. De truc is eindeloos herhaalbaar, precies zoals die goochelverkoper had gezegd. Maar hij had ook gezegd dat het nooit verstandig is een nummer direct opnieuw te vertonen. Op tafel brengt de pen hem op een idee.
‘O.k. Nog een keer. Zet voor de zekerheid je handtekening op de kaart die je kiest.’
Het is even stil.
‘Nee nee, wacht even…..niet opnieuw. Eigenlijk is dit hele gedoe nogal flauw.’
Menno krijgt blinddoek, mapjes en kaarten in zijn handen gedrukt.
‘Ik weet iets beters. Je gaat me vertellen hoe het werkt.’
Met deze dreiging heeft hij geen rekening gehouden.
‘Vertel. Vertel op!!’
Wat hij ook doet, al martelt hij me tot ik dood ben, ik vertel het geheim niet, nooit, never!! Met alle spullen rent hij naar zijn kamer. Vlak voor zijn kamerdeur glijden kaarten en mapjes uit de doek. Binnen draait hij bevend de sleutel om.Na een harde bons op de deur is het geruime tijd stil. Op de overloop klinken geluiden die hij niet kan thuisbrengen.
‘Als echte goochelaar kun je kapotte dingen natuurlijk heel maken.’
Met de blinddoek veegt hij het zweet van zijn voorhoofd. Even later opent hij voorzichtig de deur en ziet snippers van verscheurde enveloppen en kaarten, verspreid over de grond.

In de kleedkamer ziet Menno op de klok dat het tijd is naar de studio te gaan. Hij kijkt in de spiegel en ziet zichzelf weer voor het raam in zijn kamer staan. Nog steeds is hij onzeker of die poging tot wraaknemen in de tuin wel echt gelukt was. Richard zat daarna gewoon weer met zijn voeten op tafel alsof er niets was gebeurd.

12

De fraude met de scripties op de vele scholen is het laatste onderwerp in de live uitzending. Zwijgend kijken ze naar de beelden op de monitor. Menno stelt rustig de eerste vraag van het lijstje dat de eindredacteur hem heeft gegeven.
‘Hoe heeft het zover kunnen komen?’
Precies volgens verwachting rollen gladde voorspelbare antwoorden uit de mond van zijn broer alsof hij de vragenlijst kent. Hem onderbreken doet Menno niet, knikt nu en dan terwijl hij de studioklok in de gaten houdt. Richard moet zich eerst zoals vroeger weer superieur voelen.
Zodra de afgesproken tijd met de editor aanbreekt begint hij met de uitvoering van zijn plan.
‘Hoe voelt dat schuldig te zijn door al deze interne corruptie en frauduleuze handelingen?’
De directeur is duidelijk verrast door de vraag. Menno laat op dat moment de pasfoto zien in de palm van een hand. Daarna verscheurt hij de foto terwijl hij de vraag over schuld kort herhaalt en zijn broer onafgebroken blijft aankijken. De snippers propt hij in een vuist, brengt de handen samen en opent beide. De handen zijn leeg. In zijn oor klinkt de stem van de eindredacteur die aandringt dat hij zich aan de vragenlijst houdt.
‘Hebt u nu nog een schuldgevoel?’
‘Schuld? Nu nog?’
In zijn oor hoort Menno voor de derde keer de eindredacteur hem dwingend toespreken. Op het gezicht van Richard verschijnt plotseling een grijns.
‘We zijn allemaal op zijn tijd schuldig. Zowel iemand die een ander misleidt als de ander die zich laat misleiden. Zowel leugenaars als goedgelovigen. Zowel directeuren als journalisten. Van fouten leren wij. Of niet natuurlijk.’
Menno knikt licht en bedankt hem voor het interview. Slotmuziek klinkt. Spots dimmen, het werklicht in de studio floept aan.
Zonder iets te zeggen staat Richard op, drukt zich tegen Menno aan en sist:
‘Kijk je zakken na. Je moet niet denken dat jij de enige bent die trucjes uithaalt’, waarna hij zich omdraait en de eindredacteur tegemoet loopt. Het tweetal schudt de handen en verlaat de studio.
Menno blijft alleen achter en onderzoekt grondig alle zakken maar vindt niets.
In de auto naar huis volgt de ontlading. Ondanks de vermanende woorden van de eindredacteur heeft hij een tevreden gevoel over zijn eerste optreden, blij dat niemand iets gezien heeft van zijn manipulatie. Hoezo zakken nakijken? Als directeur wil hij net als vroeger het laatste woord! Restje van een oud patroon.
Het zou leuk zijn wanneer hij nu zijn hoofd pijnigt, hoe ik zijn foto liet verdwijnen. Dat hij zich afvraagt: waar is mijn hoofd toch ineens gebleven? Haha. Hoewel….voor zover Menno zich kan herinneren heeft hij nog nooit een moment over hem nagedacht.
Thuis voor de kast met kleren voelt hij in de zakken van het lichte colbertje. Verrassend komt een envelop tevoorschijn. Hij kijkt erin en ziet iets blauws. na Verbaasd haalt hij een puzzelstuk en een velletje papier tevoorschijn. De opdracht kwam van moeder. Ik deed het met tegenzin. Sorry.

Joop Brussee

Geef een reactie